|
Human Efficiency Leonard Verhoef. Contact | voor |
interface & web
public transport
toekomst
| met | als |
|
Psycholoog moet technicus detailontwerp dicteren, artikel
| Artikel |
Leonard Verhoef Een versie van dit artikel verscheen in: Automatisering Gids 14 feb 2003 Laatste verandering van deze pagina dec 2008. |
| Inleiding |
Het verhaal gaat dat Bill Gates in een droom van God te horen kreeg dat de wereld binnen drie weken zou vergaan. Dit slechte nieuws was voor Microsoft goed nieuws. Opgelucht deelde Gates zijn medewerkers de volgende dag mee dat de ondersteuningsproblemen binnen drie weken opgelost zouden zijn.
Naar top. | Met dit verhaal illustreert men wel hoe groot problemen zijn die gebruikers hebben wanneer zij computers bedienen. | Oplossingen die de techniek biedt om computers te leren bedienen, blijken het bedienen van computers toch niet eenvoudiger te maken. 'Tips van de dag', 'Wizards', 'Helpdesks' en 'Personal Assistants' helpen niet en kunnen niet helpen. Kunnen richtlijnen, standaarden, normen en consistentie het bedieningsprobleem oplossen? |
| Opstellen van guidelines |
Elk zichzelf respecterend softwarehuis heeft wel een boek met richtlijnen en normen voor het ontwerpen van interfaces. Deze lijsten zijn een grote geruststelling voor het management en de ontwerpers. Zij hebben er alles aan gedaan.
Naar top. | Toch zijn computers nog steeds onbedienbaar. Psychologen hebben al enkele tientallen jaren ervaring met het opstellen van zulke normen voor ontwerpers hun ervaringen, helaas, zijn niet zo positief. (Zwaga et al. 1999 en Nielsen 1993). Het werkt niet? Hoe komt dat toch? |
| Normen voor techniek |
Er zijn 'user' richtlijnen die noodzakelijk zijn om de onderliggende techniek efficiënt te laten functioneren en te kunnen ontwikkelen. Een typisch voorbeeld van technische richtlijnen zijn de Windows Guidelines. De updates tonen dat deze richtlijnen technisch zijn. De richtlijnen zijn gekoppeld aan een bepaalde versie van Windows. De update van een op de mens afgestemde richtlijn zou parallel moeten lopen aan de veranderingen van psychologische processen. Deze veranderen niet om de twee a drie jaar maar vragen pas om een update na duizenden jaren.
Naar top. | Wanneer we met een psychologische bril naar richtlijnen kijken dan blijkt het belang van de techniek voorop te staan. Een typerend voorbeeld daarvan is de richtlijn dat een foutmelding op een vaste plaats moet staan, bijvoorbeeld onder aan de regel. Voor programmeurs is dat inderdaad handig. Men kan dan volstaan met één procedure en hoeft niet bij elke melding na te gaan wat de juiste plaats voor deze melding is. |
Voor gebruikers is deze richtlijn erg onhandig. |
| Normen voor het design |
Richtlijnen zijn noodzakelijk omdat een interface zonder uniformiteit er rommelig uitziet. Natuurlijk is een esthetisch interface wenselijk maar een esthetisch interface is niet per definitie ook een gebruiksvriendelijk interface. Zo kan de door design gewenste uniformiteit in strijd zijn met het belang van de gebruiker. Ook hier geldt weer dat richtlijnen nodig voor een esthetisch verantwoord ontwerp, opgevat kunnen worden als richtlijnen die leiden tot een gebruiksvriendelijk ontwerp.
| Design en bedienbaarheid kunnen zelfs strijdig zijn. Zo kan design het gebruik van kleuren opeisen om tot een mooi ontwerp te komen. Daarmee ontvalt de mogelijkheid om met kleur de aandacht van de gebruiker te sturen en om de interpretatie van gegevens te vereenvoudigen. Met een goede en creatieve samenwerking tussen psycholoog en designer kan men de kool en de geit sparen. Zo hebben we een 'kleurconflict' tussen design en psychologie tot ieders volle tevredenheid op kunnen lossen door de designer de zeer lichte kleuren te geven en de psycholoog de felle kleuren. Zie de onderstaande afbeelding. |
![]() Design en gebruiksvriendelijkheid hoeft niet strijdig te zijn. In dit voorbeeld gebruikt Design de zeer lichte kleuren om windows te onderscheiden. De psychologie gebruikt fel rood en fel groen om de aandacht te sturen. (Bron: MyProject, ERP-pakket van Acto voor de installatiebranche). |
| Usability normen |
Het oplossen van het bedieningsprobleem is dit moment het vakgebied van de 'usability' engineers. Dit kunnen zijn wetenschappers, ontwerpers en technici. Ook psychologen noemen zich wel zo. Hierbij gaat het dus duidelijk niet om de techniek, niet om het design zoals in de vorige paragrafen maar om de gebruiksvriendelijkheid. Inmiddels zijn er heel wat usability normen. Naar top. |
Er is een reëel gevaar dat dergelijke richtlijnen onvoldoende basis hebben en onvoldoende aansluiten bij het denken van de gebruiker. Als men dergelijke richtlijnen met een psychologische bril analyseert dan blijken er veel vraagtekens te zijn. We zullen dat laten zien met een psychologische analyse van één typerende 'usability' eis, namelijk dat een interface consistent moet zijn. Deze eis komt voor en het rijtje van vrijwel elke guideline. |
Dat consistentie tussen personen niet nodig is valt nog wel te begrijpen. Lastiger is dat inconsistentie binnen een persoon kan en zelfs noodzakelijk kan zijn. De verschillen tussen de hand, het oog, het geheugen en de hersenen zijn tamelijk groot. Daardoor kan handvriendelijk onhandig zijn voor het oog. In DOS typt men een punt tussen filenaam en extensie. DOS toont echter spaties tussen filenaam en extensie. De onderstaande figuur laat dat zien. Een punt als scheider typt gemakkelijker dan een wisselend aantal spaties. Door een wisselend aantal spaties komen filenaam en extensie in afzonderlijke kolommen waardoor de ogen gemakkelijker op filenaam of op extensie kunnen zoeken. Inconsistent maar wel vinger- èn tegelijk oogvriendelijk. De belasting voor het geheugen weegt in dit geval ruimschoots op tegen de voordelen voor de vingers en de ogen.![]() De DOS presentatie van files in een directory. Filenaam en file extensie in een afzonderlijke kolom is oogvriendelijk omdat men gemakkelijk kan zoeken op filenaam of extensie. Je moet wel leren dat de vingervriendelijke invoerwijze geen spaties wil tussen filenaam en extensie. |
|
Naar top. |
| De roep om consistentie is gemakkelijk. Wie durft er nu tegen zo'n eis stelling te nemen? De psychologische analyse nuanceert de consistentie-eis echter aanzienlijk. Consistentie hoeft niet, mag soms niet, en is voor de ontwerper dikwijls niet uitvoerbaar. De consistentie-eis is een veilige dekmantel voor ongenuanceerdheid en ondeskundigheid. |
| Psychologische normen | De besproken normen zijn niet echt gericht op het belang van de gebruiker. Wanneer men het bedieningsprobleem wil oplossen dan kan men niet om psychologische processen heen. Zonder beweging, waarneming, taal, leren en denken geen bediening. Zonder bewegings-, waarnemings-, taal-, leer- en denkpsychologie geen professioneel interface. Naast technische richtlijnen en designrichtlijnen zijn er dus psychologische richtlijnen nodig. Hoe staat het daarmee?
Naar top. | Jaren geleden konden psychologen enthousiast standaarden en normen opstellen voor psychofysiologische aspecten van het werken met beeldschermen. Deze normen hadden vooral betrekking op antropometrische parameters voor toetsenborden en beeldschermen (toetsafmeting, tekenafmeting, contrast, flikkerfrequentie, kleurgebruik). Voor psychologen was dat simpel; er was voldoende kennis en onderzoek. Inmiddels zijn de psychofysiologische problemen redelijk opgelost. Het leren werken en begrijpen van computers is echter nog steeds een probleem. Een probleem dat kennelijk niet eenvoudig op te lossen is. Vreemd eigenlijk. De psychologie bestudeert het menselijk leren en denken al tientallen jaren. Bovendien blijkt het niet eens zo moeilijk vanuit die psychologie adviezen, normen en richtlijnen te geven. | Het grootste probleem is dat men totaal iets anders krijgt dan men verwacht. Niet zo verwonderlijk uiteraard want psychologie is natuurlijk een ander uitgangspunt dan techniek, marketing of design. Wij gaan nu al ruim twintig jaar uit van de psycholgie en hebben geleerd de bewegings-, waarnemings-, taal-, leer- en denkpsychologische kennis concreet te maken voor ontwerpers. We gebruiken deze psychologische normen voor objectieve en concrete psychologische evaluaties van interfaces. De interface wordt getoetst aan psychologische normen. |
| Kolonisatie van het denken | Voordat de psychologie in de gaten had dat men met psychologische kennis over leren en denken goede interfaces kan bouwen had de techniek al interfacetechnieken ontwikkeld en helptechnieken om de daarbij gecreëerde bedieningsproblemen ‘op te lossen’. De desktop, de grafische userinterface en het menu staan niet meer ter discussie.
Naar top. | De kolonisatie van leren en denken door de techniek moet eerst ongedaan gemaakt worden. Zulke onafhankelijkheidsprocessen gaan, zoals de geschiedenis leert, niet zonder slag of stoot. Vooralsnog moet de psychologie gehoorzamen aan de techniek en de vragen beantwoorden die de techniek stelt. Van psychologen verwacht men niet dat zij eisen formuleren en interfaces specificeren maar dat zij waarden invullen die, gegeven de interface techniek, nog niet bepaald zijn. |
De psycholoog moet een antwoord gegeven op vragen als:
|
| Dékolonisatie |
De rolverdeling en de volgorde van rollen is bij interface ontwerp ongelukkig. De psycholoog moet geen getallen geven waar de technicus om vraagt. De psycholoog moet eisen en detailontwerpen dicteren die de technicus braaf moet uitwerken. Hoe ziet het dictaat van de psychologie eruit? Naar top. |
Deze twee eisen hebben geleid tot veel harde psychologische kennis. Met een goede psycholoog valt weinig over interfaces te discussiëren. Toegegeven moet worden dat de vertaling van deze kennis naar het ontwerpen van interfaces nog niet zo goed lukt. Psychologen zijn observeerders en geen constructeurs. Elke afgestudeerde functiepsycholoog die werkt aan interface design moet deze vertaling zelf maar maken of zich bekeren tot een technologische benadering. | Het is echter mogelijk deze kennis voor ontwerpers te vertalen in zo'n 250 'psychonormen'. Dat rijtje is even onveranderlijk als de mens. Dit rijtje bleek van toepassing bij de beoordeling van DOS applicaties en vervolgens bij Windows applicaties. Nu heeft de techniek weer wat nieuws, namelijk Internet. De psychologie blijft saai; hetzelfde rijtje blijkt weer uitstekend en vrijwel zonder aanpassing bruikbaar. Aanpassing is pas nodig als de mens verandert. De evolutie gaat langzaam. Die 250 psychonormen blijven dus actueel, minstens tot omstreeks 100 000 na Christus. |
| Referenties |
Nielsen, J., (1993). Usability Engineering. San Francisco: Morgan Kaufmann Publishers, Inc. Zwaga, H.J.G., T. Boersema & J.C.M. Hoonhout (Eds.), (1999). Visual information for everyday use: Design and research perspectives. London: Taylor & Francis. |
|
|
Contact
| Leonard Verhoef. +31 (30) 231 44 97 Parkstraat 19 3581 PB Utrecht Nederland verhoef@humanefficiency.nl humanefficiency.nl Kamer van koophandel, inschrijvingsnummer: 39057871, Utrecht. |