Handelingspsychologie en interface design
|
![]() Figuur:1. Lusabacus Welke mentale rekenhandelingen kunnen de handen en de ogen met deze lusabacus uitvoeren? |
| Amerikaanse uitgangspunt | De Amerikaanse 'Human factors' richt zich vooral op fysiologische processen van de waarneming (tekenafmeting, kleurwaarneming, contrast). De ergonomie heeft deze psychologische kennis goed onder de aandacht van ontwerpers gebracht. | Minder duidelijk hebben psychologen aangegeven wat de designer moet doen met taal, leren en denken. En daar zitten wat interfaces betreft nu juist de problemen. De Amerikanen zaten gevangen in de black box van het behaviourisme. Een psycholoog was dus eigenlijk iemand die niets wist en ontwerpers werden zo in de steek gelaten. | Wetenschappers hebben het nog lang geprobeerd met richtlijnen en normen voor het ontwerpen van interfaces. Deze lijsten bleken een grote geruststelling voor het management en de ontwerpers. Met het maken van zulke lijsten konden zij zeggen dat ze er alles aan gedaan hadden om interfaces gebruiksvriendelijk te krijgen. Psychologen hebben al enkele tientallen jaren ervaring met het opstellen van zulke normen voor ontwerpers hun ervaringen, helaas, zijn niet zo positief. (Zwaga et al. 1999 en Nielsen 1993). Ze hebben gelijk gekregen, computers zijn nog steeds onbedienbaar. |
| Usability |
In Amerika proberen designers daarom zelf een antwoord te vinden via 'usability'. Naar top. | Ik heb wat met usability geworsteld toch maar eens in een paar van die boeken gebladerd. Het concept spreekt mij niet zo aan. Ik snap wel dat een interface bruikbaar moet zijn. Maar hoe de designer van zo'n product formulering als 'usability' eenduidig komt tot gebruiksvriendelijkheid, is mij niet duidelijk. Ieder kan usability naar eigen inzicht invullen. | Ik vind het ook gek dat elk boek over usability totaal anders opgezet is. Naar mijn idee moet een wetenschap juist beperken zodat vruchteloze oplossingen afgesloten worden en vruchtbare oplossingen zich opdringen. |
| Europese traditie, de handelingspsychologie | De handelingspyschologie is geen uitvinding van mij maar een Europese psychologische traditie (Gal'perin 1978, van Parreren 1981, Volpert 1982). De aanpak is aanzienlijk minder bekend dan de Amerikaanse aanpak. De handelingspsychologie werkt bewustzijn niet uit in de richting van beleving maar materialistisch. Dat wil zeggen dat materiële ontwikkelingen het bezit en daarmee het lot van de mens bepalen (Bedny, 2001; Wertsch, 1981; Zinchenko, & Gordon, 1981). Analoog daaraan ontwikkelt de cognitie zich op basis van materiële handelingen. Zo leert een mens mentale (hoofd-)rekenhandelingen door te beginnen met materiële optelhandelingen met blokjes (Parreren & Carpay, 1972). | Er zijn motorische, visuele, verbale, geheugen- en cognitieve handelingen met concrete blokjes maar ook met abstracte begrippen. De instrumenten voor deze handelingen zijn de spieren, de ogen, het taalvermogen en de hersenen. Reishandelingen kunnen motorisch zijn, zoals lopen naar het perron, visueel, zoals het zoeken van een station in een lijst, verbaal zoals het lezen van de term ‘Thalys’, een geheugenhandeling, zoals weten dat ‘Thalys’ betekent ‘naar Parijs’ en cognitief zoals het berekenen van de loopsnelheid die nodig is om de Thalys op perron 15 te halen. Het is dus eenvoudig te bepalen wat een handeling is. |
| Een voordeel van de handelingsaanpak is dat de indeling van handelingen overeenkomt met de biologie van de mens. Er is een antropometrie van de handen en een fysiologie van het waarnemen. Ook over taal, leren en denken kan de biologie wel wat vertellen. Hoe meer kennis, hoe minder discussie. |
Een ander kenmerk van de handelingspsychologie is dat deze niet passief constateert ("Gut, ze snappen het niet, kennelijk computeranalfabeten.") maar actief construeert ("Als de designer het zo maakt dan snappen gebruikers het niet", kennelijk een psychobeet, die ontwerper.) De construerende en procesmatige aanpak is in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw met veel succes toegepast door Russische psychologen. Van Parreren (1981) heeft de benadering geïntroduceerd in Nederland voor de onderwijsproceskunde. |
|
Toepassing leren rekenen | De focus in het onderwijs ligt niet op de handelingen die uitgevoerd moeten worden. |
![]() Figuur 2. Lusabacus Met deze lusabacus is het mogelijk inwissel- en positiestelselhandelingen met het tientalliggetallensysteem met de handen uit te voeren en met de ogen te zien. Ook de oneindigheid van het positiestelsel naar twee kanten toe is zichtbaar: je kunt eindeloos veel lusabacussen naast elkaar zetten. Meer lusabacussen aan de linkerkant voor steeds grotere getallen en meer lusabacussen aan de rechterkant voor steeds meer decimalen. ![]() Figuur 3. Mab rekenblokken. Met dit materiaal zijn wel inwisselhandelingen mogelijk maar aanzienlijk omslachtiger dan met de lusabacus. Dit belemmert verkorting tot mentale rekenhandelingen. Bovendien is verkorting alleen mogelijk tussen de hoeveelheden een, tien, honderd en duizend. Het materiaal dwingt handelen volgens het positiestelsel niet af. De oneindigheid naar meer en minder is niet duidelijk. |
|
Toepassing interface design Een concrete en complete toepassing van de handelingspsychologie voor gebruiksvriendelijkheid staat in het boek GUI, webontwerp, psychologie en human efficiency. Een theoretische en experimentele verantwoording staat in het boek: Why designers can't understand their users. |
Opvallend is de handelingspsychologische analyse van de GUI. De motorische handelingen van een GUI-gebruiker komen veel overeen met de motorische handelingen van een éénjarige. Bij gebrek aan taal gaat deze nog aanwijzend door het leven. Later wordt die motorische handeling een verbale handeling: "Tie, tie, tie, ik hebben!" GUI's zijn aanvankelijk ook door cognitieve ontwikkelingspsychologen ontwikkeld. Vijfjarigen kunnen namelijk nog geen tests invullen en dat vinden psychologen erg onhandig. De onderzoeker kan kinderen wel plaatjes op een beeldscherm laten aanwijzen. Het concrete cognitieve handelen van vijfjarigen sprak Amerikaanse interface designers wel aan. Nu communiceren we allemaal met een muis zoals vijfjarigen communiceren: "Tie, tie, tie, printen!" |
|
|
Er zijn meer handelingspsychologische analyses van de wijze waarop ontwerpers ons met computers laten communiceren, bijvoorbeeld: personaliseren en aanpassen, leerpsychologische analyse van bestaande helptechnieken, het menu, het gebruik van metaforen, het gebruik van guidelines, richtlijnen, standaarden, normen, en personal assistants.
Uit deze voorbeelden blijkt dat 'functiepsychologisch verantwoord' ontwerpen niet eens zo moeilijk is. Toepassing public information systems Een vergelijking van de belevings- en de handelingsaanpak Naar top. |
|
|
Naar top. |
Contact
|
Human Efficiency Leonard Verhoef. Tweet bij een nieuwe cognitief psychologische reactie op een actueel onderwerp: @leonard.verhoef +31 (30) 231 44 97 Parkstraat 19 3581 PB Utrecht Nederland verhoef@humanefficiency.nl Kamer van koophandel, inschrijvingsnummer: 39057871, Utrecht. |