Human Efficiency




Leonard Verhoef.
Contact
voor interface & web public transport   toekomst Tekst in Engels. etcs mmi met als


Handelingspsychologie en interface design, artikel

Artikel Leonard Verhoef
Eerste versie: 2006
Laatste verandering van deze pagina dec 2008.



Uitgangspunten Met welke theorie kun je het gebruiksvriendelijkheidsprobleem oplossen?

Je kan uitgaan van user centered design, usability, 'look and feel' en intuïtieve ontwerpen. Ook kan je uitgaan van de psychologie. Voor sommigen is dat wat vreemd; 'Ik mankeer toch niets'. Anderen denken dan aan enqueteren om te weten te komen wat de gebruiker vindt. Met name het psychologische begrip 'beleving' heeft op dit moment veel belangstelling.

Naar top.
     Ik kies voor een functiepsychologische aanpak. Deze psychologie bestudeert al tientallen jaren hoe mensen bewegen, waarnemen, taal gebruiken, leren en denken. Dat komt naar mijn idee goed uit; wat is een gebruiker anders dan iemand die muizen en toetsen beweegt, die kijkt naar een beeldscherm, die woord- en beeldtaal leest en aanwijst, die probeert te leren werken met een computer en die de computer probeert te begrijpen. Een ander voordeel van de funktiepsychologie is dat deze eist dat uitspraken keihard zijn. Er zijn strenge regels voor redeneren en experimenteren.      Het gevolg is wel dat er weinig ruimte is voor persoonlijke opinies, ervaringen en begrippen waar je zelf een betekenis aan kan geven. Een ander gevolg is dat je met functiepsychologie duidelijk kunt zeggen wat wel en wat niet in overeenstemming is met de wijze waarop mensen bewegen, waarnemen, taalgebruiken, leren en denken. Voor sommigen is dat wel wennen; een psycholoog die duidelijke taal spreekt. Emoties laten we even buiten beschouwing. Ten eerste is dat een heel ander psychologisch en vooral ook een heel ander fysiologisch verhaal. Ten tweede heeft het geen zin een gebruiker te vragen waarom hij het beeldscherm met een rood hoofd door het raam gooide wanneer het interface niet gebruikvriendelijk is. Goed, ik kies voor functiepsychologie dus. Maar welke functiepsychologie dan wel?



Opstellen van guidelines Elk zichzelf respecterend softwarehuis heeft wel een boek met richtlijnen en normen voor het ontwerpen van interfaces. Deze lijsten zijn een grote geruststelling voor het management en de ontwerpers. Zij hebben er alles aan gedaan.

Naar top.
     Toch zijn computers nog steeds onbedienbaar. Psychologen hebben al enkele tientallen jaren ervaring met het opstellen van zulke normen voor ontwerpers hun ervaringen, helaas, zijn niet zo positief. (Zwaga et al. 1999 en Nielsen 1993). Het werkt niet? Hoe komt dat toch?



Amerikaanse traditie De Amerikaanse 'Human factors' richt zich vooral op fysiologische processen van de waarneming (tekenafmeting, kleurwaarneming, contrast). De ergonomie heeft deze psychologische kennis goed onder de aandacht van ontwerpers gebracht. Minder duidelijk hebben psychologen aangegeven wat je moet doen met taal, leren en denken. En daar zitten wat interfaces betreft nu juist de problemen. In Amerika probeert men een antwoord te vinden via 'usability'.

Naar top.
     Ik heb er wat mee geworsteld en wat van die boeken bestudeerd. Het concept spreekt mij niet zo aan. Ik snap wel dat een interface bruikbaar moet zijn. Hoe je van zo'n product formulering als 'usability' echter moet komen tot processen bij gebruikers en bij ontwerpprocessen, is mij niet duidelijk.      Ik vind het ook gek dat elk boek over usability totaal anders opgezet is. Naar mijn idee moet een wetenschap juist beperken zodat vruchteloze oplossingen afgesloten worden en vruchtbare oplossingen zich opdringen.



Europese traditie Beperken moet een wetenschap dus. Dat kan je bijvoorbeeld doen door uit te gaan van de handelingen van gebruikers. Wat doen ze met hun handen en vingers maar ook wat doen ze met hun ogen, taal, leren en denken. Voor sommigen klinkt dat wat gek; een waarneem-, een taal-, een leer- of een denkhandeling maar echt, ze bestaan. Bovendien kun je ze ook echt 'zien'. Als ik weet wat deze functies van de gebruiker doen en hoe ze het doen dan weet ik ook hoe ik erbij moet aansluiten.

Naar top.
     Die pyschologie is geen uitvinding van mij maar een Europese psychologische traditie (Gal'perin 1978, van Parreren 1981, Volpert 1982). Aanzienlijk minder bekend dan de Amerikaanse tradities. Deze 'psychologie' leidt tot een andere benadering van design. De focus is niet (alleen) handige invoer, beeldschermontwerp, webteksten, helptechnieken of de taak, maar een totaalaanpak van de bewegings-, kijk-, taal-, leer-, en denkhandelingen die de gebruiker uitvoert.      Een bijkomend voordeel is dat deze indeling van handelingen overeenkomt met de biologie van de mens. Er is een antropometrie van de handen en een fysiologie van het waarnemen. Ook over taal, leren en denken kan de biologie wel wat vertellen. Hoe meer kennis, hoe minder discussie. Opvallend is dat in elk werk over psychologie deze handelingen onderscheiden worden.
 


  Al met al lijkt het mij niet handig de menselijke functies te negeren. Wat concrete voorbeelden.

  • De aanpak is uitvoerig toegepast in het onderwijs en leidde onder andere tot het oplossen van de meeste rekenproblemen. De focus is niet een productmatige aanpak: 'Hoe lang doe je over tien optelsommetjes? Foei, vier fouten, opnieuw!' De focus ligt op de handelingen die uitgevoerd moeten worden. "Hoe reken jij 7+5 uit? ... 12, ja dat is goed maar weet je ook een manier zonder op de vingers te tellen?" Er is meer over de theoretische aanpak van het leren rekenen.


  • Naar top.
        
  • Opvallend is de psychologische analyse van de GUI. De motorische handelingen van een GUI-gebruiker komen opvallend veel overeen met de motorische handelingen van een eenjarige, die bij gebrek aan taal, nog aanwijzend door het leven moet gaan. Later wordt die motorische handeling een verbale handeling: "Tie, tie, tie, ik hebben!" Opmerkelijk is ook dat GUI's aanvankelijk door cognitief ontwikkelingspsychologen ontwikkeld zijn om vijfjarigen te kunnen onderzoeken. Vijfjarigen kunnen namelijk nog geen tests invullen en dat vinden psychologen erg onhandig. Je kunt ze wel plaatjes op een beeldscherm laten aanwijzen.
  •      Een intrigerende vraag is of een dergelijk motorisch interface concept voor concrete handelingen geschikt is voor computergebruikers die abstracte handelingen uitvoeren met abstracte objecten. Handen zien er anders uit dan hersenen; tools voor handen moeten waarschijnlijk dus anders zijn dan tools voor hersenen. In de psychologie worden dergelijke denkhandelingen geleidelijk aan opgebouwd.

    Eerst eventueel een motorische handeling (tellen op de vingers, bijvoorbeeld) en dan een visuele handeling (blokjes tellen, zonder aan te raken maar met je ogen). Door de blokjes slim te kleuren en slim neer te leggen ziet het blokjestellende kind dat 7+5=(7-1+5+1)=6+6=1. De som 6+6 hebben veel kinderen al snel geautomatiseerd. Eventueel voegt de leerkracht er nog een ondersteunende verbale handeling aan toe. Met een interface dat zo opgebouwd is zou een gebruiker zonder dat hij er erg in heeft zich ontwikkelen van een aanwijzende computeranalfabeet tot conceptueel denkende computer master. GUIs blijven echte motorisch aanwijzen.
     


      Er zijn meer van dergelijke analyses, bijvoorbeeld: personaliseren en aanpassen, leerpsychologische analyse van bestaande helptechnieken, het menu, het gebruik van metaforen, het gebruik van guidelines, richtlijnen, standaarden, normen, en personal assistants. Uit deze voorbeelden blijkt dat 'functiepsychologisch verantwoord' ontwerpen niet eens zo moeilijk is.



    Naar top.
         Een ander kenmerk van de psychologie is dat deze niet passief constateert ("Gut, ze snappen het niet, kennelijk computer analfabeten.") maar actief construeert ("Als je het zo doet dan snappen ze het.")De construerende en procesmatige aanpak is in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw met veel succes toegepast door Russische psychologen. Van Parreren (1981) heeft de benadering geïntroduceerd in Nederland voor de onderwijsproceskunde. Het ontstaan van die psychologie in Rusland was geen toeval.      Totalitaire regimes geloven graag in de maakbare mens en de construerende aanpak sluit daar goed bij aan. Deze ridder navigeert vol vertrouwen in dit troebele vaarwater. Hij wil construeren. Ja zeker, echter niet de mens maar de interface. Zijn veldtocht ontmaskert de huidige interfaces juist als totalitair. De gebruiker moet zich kost wat kost aanpassen. Een concrete en complete uiteenzetting van de theoretische benadering voor interface design staat in GUI, webontwerp, psychologie en human efficiency II.
    Een theoretische en experimentele uiteenzetting staat in het boek: Why designers can't understand their users



    Meer van dit soort teksten: in de boeken GUI, webontwerp, psychologie en human efficiency 1 en 2. Harde en concrete specificatie voor interfaces, gebaseerd op eenvoudige psychologie van bewegen, kijken, praten, leren en denken.

    Naar top.
         Geen techniek, marketing, Design, beleving, experience, intuïtief, look and feel, meningen, (gebruikers)onderzoek en zo.



    Toepassen op eigen interfaces: met de cursus GUI, webontwerp, psychologie en human efficiency. Hoe maak je perfecte interfaces met psychologische kennis over het bewegen, waarnemen, taalgebruik, leren en denken.

    Naar top.
         Toegepast op interfaces die de cursisten in kunnen brengen.

    Eerstvolgende cursus: 22 en 23 april 2010 maar volgeboekt. De volgende is 25 en 26 november 2010. .
         boek, cognitief, gui, webdesign, psychologie, gebruiksvriendelijkheid, ontwerp, usability


    Contact


    cognitieve psychologie, gebruiksvriendelijkheid, interface design, mmi, ontwerp, usability, web page design
    Leonard Verhoef.
    +31 (30) 231 44 97
    Parkstraat 19
    3581 PB Utrecht
    Nederland

    verhoef@humanefficiency.nl humanefficiency.nl Kamer van koophandel, inschrijvingsnummer: 39057871, Utrecht.