Menu combineert spraak- en taalstoornissen

Artikel

Oorspronkelijke versie verscheen in: Informatie, 14 september 2001.
Laatste inhoudelijke verandering van deze pagina maart 2009.
Leonard Verhoef
Contact.



  Gebruiksvriendelijkheid is een veelbesproken onderwerp. Gebruikers snappen niet hoe interfaces werken en IT ’ers snappen niet hoe mensen werken. Volgens de psycholoog Leonard Verhoef bestaat er een verschil tussen het technisch ontwerpen van een interface en de wijze waarop mensen waarnemen en denken. Hij laat zien dat eenzijdige overbruggingstechnieken als het ‘menu’, de ‘desktop’ en ‘helpfunctie’ gedoemd zijn te mislukken.     Voor de techniek is een hiërarchie een krachtige wijze om informatie te ordenen (Dick, 1999 p.23). Web programmatuur is in sterke mate gebaseerd op deze ordeningswijze. Technisch gezien is het menu dan ook een efficiënte wijze van communiceren met de gebruiker. Wat de gebruikerskant van de zaak betreft heeft het menu het voordeel dat de gebruiker geen functie kan vragen die de applicatie niet biedt.     Ook is het niet nodig dat de applicatie rekening houdt met alternatieve woorden die de gebruiker voor de functie gebruikt. Aanvankelijk waren deze technische voordelen voor de gebruiker niet zo bezwaarlijk omdat de functionaliteit van een programma zo beperkt was dat een gebruiker snel overzicht had over de mogelijkheden van een applicatie. Tegenwoordig zijn de mogelijkheden uitgebreider en abstracter. Daarmee is er minder overzicht, meer kans op onduidelijkheid en meer ‘navigatie’ problemen.



Het menu en de gebruiker Mensen werken niet hiërarchisch en sequentieel

Een beest dat vruchten zoekt, richt zijn aandacht op vruchten en kijkt gelijktijdig vanuit zijn ooghoeken of er onraad dreigt. Het is niet verstandig de taken plukken en opletten na elkaar uit te voeren zoals een computer zou doen. Je moet parallel werken en tijdens het zoeken ook opletten. Moet er gehandeld worden omdat er onraad is het niet verstandig om hiërarchisch en sequentieel te werken. Wanneer men voor het interpreteren van een naderende beweging eerst een zoölogische hiërarchische indeling sequentieel moet doorlopen om te concluderen dat een groot katachtig zoogdier nadert dan zou de conclusie wel eens te laat kunnen komen. Parallel handelen geeft een grotere kans op overleven.

De menselijke hersenen werken daarom ook niet zozeer hiërarchisch en sequentieel zoals computers graag werken, maar reflexmatig en netwerkachtig. We zien dit conflict duidelijk terug in de communicatie tussen techniek en mens. Psychologisch gezien is de menucommunicatie: ‘Tools, Macro, Macro’s, Macro name, Run’ (uit de tekstverwerker Word) een combinatie van een aantal spraak- en taalstoornissen. Gelukkig voor de computer is de mens met zijn netwerkstructuur wel zo flexibel dat hij met een menu stotterend kan leren communiceren. Echt handig is het niet.

     De gebruiker moet het juiste synoniem gebruiken

Wanneer men honderd Nederlanders vraagt Amsterdam in een lijst met vierhonderd Nederlandse stations op te zoeken dan heeft men het station in gemiddeld 2 seconden gevonden zo blijkt uit onderzoek (Verhoef, 2000). Wanneer men honderd Nederlanders vraagt in diezelfde lijst aan te wijzen naar welk station men reist voor een afspraak met de minister-president dan heeft men daar gemiddeld 38 seconden voor nodig wanneer die lijst alleen Den Haag bevat bij de letter H. 16 Procent zegt dat het station niet in de lijst voorkomt omdat men zoekt bij de letter S, D of G en men niet op het idee komt te kijken bij de letter H. De proefpersonen waren allen normale Nederlanders die weten dat er voor de Nederlandse residentie twee schrijfwijzen zijn. Wanneer het om computerterminologie gaat dan is het minder zeker dat de gebruiker alle synoniemen kent.

 


 Welke (beginnende) gebruiker zal weten dat de termen ‘configuration’, ‘customisation’, ‘normal’, ‘optie’, ‘personal’, ‘set up’ en ‘setting’ alle betrekking kunnen hebben op ‘aanpassen’. Wanneer men een dergelijk onderzoek met computertermen doet dan is het te verwachten dat de resultaten slechter zijn dan in het vermelde onderzoek naar stationsnamen. Uit onderzoek blijkt ook het geval te zijn.    Zo is de kans dat de gebruiker en de applicatie hetzelfde woord gebruiken zo’n 10 procent is (Landauer 1995, p. 252). Het zal duidelijk zijn dat men forse communicatie­problemen krijgt wanneer men geen rekening houdt met synoniemen. Het synoniemenprobleem is bij selectie-interfaces als een menu, lastig op te lossen. Wanneer men alle mogelijke synoniemen opneemt dat wordt de menuboom topzwaar.
 


Psychologische eis: elkaar uitsluitende opties

De conclusie dat het menu geen passend interface is voor een complexe applicatie omdat een hiërarchische werkwijze niet past en omdat het synoniemenprobleem moeilijk op te lossen is, is niet erg praktisch. Het menu staat in de IT immers niet ter discussie. De volgende vraag is dus: Hoe ziet volgens de psychologie een goed menu eruit?

    

Om efficiënt te kunnen kiezen moeten de opties elkaar uitsluiten, zo niet, dan is er sprake van een ‘chaotische ordening’. In het dagelijks spraakgebruik zegt men dan wel dat de indeling ‘niet logisch’ is. Deze psychologische eis is eenvoudig te begrijpen. Wanneer een straat bestaat uit één rood en één groen huis, dan zal de postbode niet twijfelen als hij een brief heeft voor het groene huis. De kleuraanduiding van de huizen sluiten elkaar uit. Zijn beide huizen rood dan moet de postbode bij de rode huizen aanbellen en vragen voor welke rode huis de brief is. Het is niet handig voor de postbode wanneer adressen elkaar niet uitsluiten.
    

Dat geldt natuurlijk ook voor een gebruiker die moet kiezen uit opties van een menu. Een menustructuur leidt gemakkelijk tot ‘onlogische’ ordeningen. Zo is het in Word wel logisch om de functie ‘delete bookmark’ te plaatsen in het bookmarkwindow naast functies als ‘add bookmark’ en ‘goto bookmark’. Maar niemand zal kunnen raden dat je voor het deleten van een bookmarkt moet beginnen bij ‘insert’ in het hoofdmenu.
 


  Voorbeeld: elkaar NIET uitsluitende opties

Zijn de opties van menu’s uitsluitend? Meestal niet. Het standaard menu in de IT omvat ‘File’ als eerste optie, gevolgd door ‘Edit’ en meestal aan het eind ‘Help’ (zie figuur 1). Een gebruiker die een bestand wil wijzigen kan niet weten of hij ‘File’ of ‘Edit’ moet kiezen. Ook is het niet zeker of het antwoord op die vraag zal staan bij ‘File’, bij ‘Edit’ of bij ‘Help’. Zulke vragen heeft de gebruiker in de straat van het hoofdmenu maar ook in de zijstraten van de submenu’s. Een stad met straten waarin de labels van de huizen en de straten elkaar niet uitsluiten is een doolhof. Dat geldt in dezelfde mate voor menu’s.

Figuur 1, niet uitsluitende opties; welke optie te kiezen als men help wil bij het editten van een file

Word hoofdmenu

     Voorbeeld: elkaar WEL uitsluitende opties

Zijn menu’s met elkaar uitsluitende opties mogelijk? Het antwoord op deze vraag is ‘Ja’. Er zijn zelfs meerdere mogelijkheden om te komen tot menu’s met elkaar uitsluitende opties. Cooper (1985) presenteerde zo’n alternatief voor het gebruikelijke ‘File Edit … Help’ hoofdmenu. Figuur 2 toont dit menu. Daarbij hebben we de oorspronkelijke drie hoofdmenu opties van Cooper (‘Elements of document’, ‘Document’ en ‘Program’ links uitgebreid met een optie voor één element van het document, bijvoorbeeld een letter, en rechts is het menu uitgebreid met ‘Programs’ waaronder functionaliteit valt die betrekking heeft op meerdere programma’s. De opties in dit menu sluiten elkaar meer uit dan de opties in de gebruikelijke hoofdmenus.
 


 

Psychologische eis: oplopende opties

Men kan de navigatie verder verbeteren met oplopende opties. Eén rood en één groen huis sluiten elkaar wel uit maar met zo ‘n aanduiding is het toch nog een flink zoeken als de straat veel huizen heeft. Daarom is het wenselijk dat de ordening oplopend is zoals ook bij huisnummers het geval is. Daarbij zijn er verschillende mogelijkheden om oplopend te ordenen.

    

De enige voorwaarden die daarbij tellen is dat de gebruiker weet of kan zien wat het criterium is van de oplopende ordening en dat de gebruiker dat criterium kan hanteren. De ontwerper heeft onder andere de keuze uit een ordening met getallen, met het alfabet, met de tijd of een ordening van de te nemen stappen. Een wat minder harde maar wel handige oplopende ordening is die op basis van gebruik. Men kan recent gebruikte opties vooraan plaatsen en men kan opties ordenen op basis van gebruiksfrequentie.
 


Voorbeeld: oplopende opties

Figuur 2, een hoofdmenu met uitsluitende opties

 

Element of doc.

 

Elements of doc.

 

Document

 

Program

 

Programs

Properties

Properties

Properties

Properties

Properties

Views

Views

Views

Views

Views

Functions

Functions

Functions

Functions

Functions

Access

Access

 

Access

Access

 

Access

 



Het uitgebreide Cooper menu heeft eveneens oplopende opties.  De opties hebben van links naar rechts betrekking op steeds grotere onderdelen. Uiterst links staan de kleinste elementen van een document, bijvoorbeeld een letter, een lijn of een pixel.

Naar top.

    

Geheel rechts staat ‘Programs’ voor functionaliteit die verder gaat dan die van de afzonderlijke programma’s. Deze plaats en de naamgeving ‘Programs’ is beter dan de gebruikelijke ‘Startknop’, ‘Taakbalk’ en ‘Desktop’. Gebruikers zullen met het uitgebreide Cooper menu dan ook beter moeten kunnen navigeren en beter begrijpen waar de functie voor staat.




Conclusie Kortom, een menu is goed te verankeren in de techniek maar niet in de mens. Een hiërarchische techniek als een menu past niet bij de wijze waarop de mens werkt.

Naar top.
     Verder stelt de gebruikelijke wijze waarop de opties in hoofd- en submenu geordend zijn, een mens niet in staat efficiënt te vinden wat hij zoekt.



Literatuur

Cooper, A. (1995). About Face, The Essentials of User Interface Design. Foster City: IDG Books Worldwide.

Dick, K. (1999). XML, A Manager's Guide. Reading: Addison-Wesley.

Landauer, T.L. (1995). The Trouble with Computers, Usefulness, Usability, and Productivity. Cambridge, (Mas.): The MIT Press.

Verhoef, L.W.M.  (2000). Dialoogtesten MiniAutomaat maart 2000. Utrecht: Human Efficiency.




Andere artikelen
over GUI en web interfaces
volgens de
psychologie:

Desktop, top of flop?
Gebruik van metaforen is riskant.
GUI en psychologie, welke de beauty, welke de beast?
Handelingspsychologie en interface design.
Help is ongelukkige term voor uitleg.
Homepage van morgen.
Huidige interfaces hebben geen toekomst.
Handvriendelijkheid van handhelds.
Menu combineert spraak- en taalstoornssen.
Met KISS heb je het mis.
Moet je voor smart bij design zijn?
Personaliseren en aanpassen.
Psycholoog moet technicus detailontwerp dicteren.
Gebruik van metaforen is riskant.
Tag clouds zijn te mistig.
Tansformatie ok, voor interface nee.
User experience, ervaringen in het openbaar vervoer.
Van piepende meester word je niet wijzer.
Vingervriendelijke toetsen

From putting data in statistics to controlling conclusions.
Is cognitive psychology dead?
Presenting numbers to teachers, drivers, travellers.



Behalve artikelen ook boeken, cursus en scan:

Artikelen: interface en web.
Boek: GUI, webdesign, psychologie en human efficiency.
Book: Why designers can't understand their users.
Consultancy.
Cursus: GUI, webdesign, psychologie en human efficiency, 26-27 april 2012, 107de cursus.
Scan: Waarom uw gebruikers uw interface niet begrijpen.



Behalve GUI en web ook:

Interface, GUI en web.
Public transport: bewegwijzering, dynamische informatie, kaartverkoop, OV-chip, ed.
Toekomst: ons dagelijks leven in een technische toekomst, maar volgens de psychologie.
Tekst in Engels.  ETCS mmi: een hoge snelheidstrein veilig besturen met cognitieve psychologie.
 



Naar top.

Contact


cognitieve psychologie, gebruiksvriendelijkheid, interface design, mmi, ontwerp, usability, web page design
Human Efficiency
Leonard Verhoef.
Tweet bij een nieuwe cognitief psychologische reactie op een actueel onderwerp:


+31 (30) 231 44 97
Parkstraat 19
3581 PB Utrecht
Nederland

verhoef@humanefficiency.nl Kamer van koophandel, inschrijvingsnummer: 39057871, Utrecht.