Metaforen zijn riskant
Artikel |
Een versie van dit artikel verscheen in: Automatisering Gids 21 september 2001 Laatste verandering van deze pagina maart 2009. Leonard Verhoef |
| De desktop en de techniek | De MS-DOS-interface was niet gemakkelijk te bedienen. De desktop moest dit probleem oplossen. Kan een metafoor zoals de desktop de kloof tussen applicatie en de gebruiker overbruggen? | De desktop-interface is een voorbeeld van een metafoor-interface. Zo noemt men een ‘lijst met opdrachten’ een ‘menu’ of een ‘tool bar’. Soms duidt men een lijst aan als een ‘gallery’. Om ontbrekende kennis en vaardigheden aan te brengen maakt men gebruik van ‘personal assistants’ en ‘wizards’. | Technisch gezien zijn metaforen aantrekkelijk omdat duidelijk is hoe men de interface conceptueel, visueel en taalkundig moet vormgeven. Dit voordeel verkort de eerste en moeilijkste fase van de interface ontwerp aanzienlijk. |
| De desktop en de gebruiker |
Het gebruik van metaforen is riskant. | Dit onderscheid lijkt te corresponderen met een verdeling die aan te treffen is in de hersenen. We zien daar gebieden die zich richten op niet woordelijke grafische handelingen. Andere gebieden richten zich weer sterk op handelingen met woorden. In werkelijkheid zijn echter alle deze gebieden nodig bij het werken met grafische interfaces. Op grafische interfaces staan ook teksten. Ook echte grafische elementen als een icoon voor plakken en knippen, krijgen voor de gebruiker pas betekenis en zijn voor de gebruiker pas goed onthoudbaar als zij voorzien zijn van een tekst label ‘knip en plak’. |
|
|
Aanwijzen is voor de gebruiker handelen als een vijfjarige Men verantwoordt het gebruik van de desktop wel met de theorie van Piaget (1969) (Gershenfeld). Volgens deze gerespecteerde denkpsycholoog is de eerste stap van de ontwikkeling van een denkhandeling de uitvoering van de handeling op motorisch niveau. Het aanwijzen op de desktop is een vorm van motorisch handelen. Het zijn echter vooral kleine kinderen die via motorische handelingen leren. De denkpsychologische kenmerken van computergebruikers zijn anders dan die van kleine kinderen. Bovendien is het ongewenst dat volwassen ervaren professionals 'op hun vingers moeten blijven tellen' om complexe om complexe sommen uit te rekenen. Naar top. |
Aanwijzen is langzaam De hoogste snelheid die een mens met een goed qwerty toetsenbord kan halen ligt in de buurt van de 600 aanslagen per minuut. Gebruikt men niet de uit 1878 daterende qwerty indeling en techniek, maar een indeling die beter aangepast is aan de anatomische kenmerken van de mens en maakt men gebruik van moderne technieken dan is typen op spreeksnelheid voor iedereen haalbaar (Kruyff, 1983). Spreeksnelheid komt neer op ongeveer 900 tekens per minuut. Dat is langzamer dan de 300 aanslagen die een gebruiker met een muis, theoretisch zou kunnen halen. Wanneer elk teken staat voor een commando dan zijn de hedendaagse computers waarschijnlijk ook te langzaam om daadwerkelijk 900 (mens)instructies per minuut uit te voeren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ‘grafische interfaces’ tekstinterfaces worden door het gebruik van sneltoetsen. |
Aanwijzen heeft geen standaard vocabulaire Woordenboeken geven de standaard betekenis voor woorden. Een dergelijke standaard bestaat niet voor grafische elementen. Daardoor kunnen de betekenissen van grafische elementen verschillen en moet de gebruiker deze betekenissen leren. Verder is het voor het geheugen vervelend dat met aanwijzen vooruitwerken lastig is. Men kan eigenlijk pas aan het volgende scherm beginnen wanneer de applicatie deze ook daadwerkelijk toont. Instrueert men de applicatie door een tekst in te voeren dan kan de gebruiker onafhankelijk van wat de applicatie op het scherm toont doorwerken. Wanneer de computer de invoer van de gebruiker niet kan bijhouden dan lopen beiden niet meer synchroon. De gebruiker moet zijn werkgeheugen dan opdelen in een deel dat zich bezig houdt met taken die de gebruiker mentaal al afgerond heeft maar die hij de applicatie nog niet kan geven en de taken waar de gebruiker zelf in gedachten al aan toe is. Dit is zeer onwenselijk. Ten eerste is de capaciteit van het werkgeheugen zeer beperkt, onder optimale omstandigheden ongeveer 7 elementen. Ten tweede is het werkgeheugen een zeer belangrijk instrument bij het uitvoeren van mentale taken. |
|
Aanwijzen is moeilijker programmeerbaar Een van de belangrijkste voordelen van de computer als hulpmiddel is dat de gebruiker taken kan delegeren aan het hulpmiddel. Wanneer de gebruiker ‘grafisch’ communiceert dan is deze grafische taal moeilijker communiceerbaar dan wanneer de communicatie met woorden verloopt. Gebruikelijk is wel de grafische handelingen van een gebruiker op te nemen en de applicatie deze te laten vertalen in een ‘tekst’ macro. Wanneer men dan echt de grafische handelingen vertaalt dan kan men een tekst krijgen in de geest van: {UPLEVEL} {SCROLL-LOCK} {UPARROW} {RETURN} {SCROLL-LOCK} {F8} {DNLEVEL} {RETURN} J {UPLEVEL} {UPLEVEL} {RETURN} {DNARROW} {SCROLL-LOCK} {DNLEVEL}. Het zal niet iedereen duidelijk zijn dat hier staat: “save current file, delete b:current file, save b:current file”. Wanneer de ontwerper van deze macro een fout gemaakt heeft of iets wil veranderen dan zal dit bij dergelijke ‘grafische’ macro’s erg lastig zijn. Datzelfde geldt ook voor zeer krachtige functies als gebruik van variabelen, arrays en loops. Naar top. |
De ervaring van gebruikers en metaforen Een leerpsychologische verantwoording voor het gebruik van metaforen is dat men bij beginners moet aansluiten bij het bekende. Voor de beginner is leren veranderen van eenvoudig en minder efficiënt gedrag naar gedrag waarmee men meer en complexere taken snel en foutloos kan afhandelen. Volgens deze omschrijving leidt het gebruik van een metafoor niet tot leren omdat men blijft steken in het beperkte model van de metafoor. Een leerling-vlieger moet je niet laten denken dat hij in een auto zit. Als je de ‘stuurknuppel’ blijft aanduiden als het ‘stuurwiel’ en het ‘hoogteroer’ als het gaspedaal, dan zal het vliegtuig nooit van zijn plaats komen. De werking van de eerste tekstverwerkers werd wel uitgelegd door geruststellend te verklaren dat het eigenlijk gewone typemachines waren. Dit leidde bij de beginnende gebruikers tot misverstanden die we ons nu niet meer voor kunnen stellen. | Zo probeerden gebruikers accenten op tekens te zetten met de back space toets en was er grote verwarring over de werking van de spatie toets, de return toets, de back space toets en de cursor toetsen. Deed zich een dergelijk misverstand voor dan stopte de gebruiker de werkzaamheden onmiddellijk. Een accent moet je immers onmiddellijk plaatsen. Dat dit bij een tekstverwerker ook heel goed later kan, dat kan de gebruiker aan wie verteld is dat de tekstverwerker gewoon een typemachine is natuurlijk niet weten. Een goede didacticus zal juist zeggen dat een tekstverwerker géén typemachine is. De goede didacticus zal verder zeggen wat de interface voor een computer wél is. Voor beginners zijn metaforen dus niet zo geschikt. Ook voor de ervaren gebruiker is een metafoor meestal minder geschikt. |
|
Psychologische eisen |
Passen bij de taak De conclusie dat de desktop geen passend interface is voor een operating system is niet erg praktisch. Computers hebben per definitie een desktop. De volgende vraag is dus: “Hoe ziet volgens de psychologie een goede desktop eruit?” Er zijn twee psychologische eisen die men aan elk interface moet stellen. De interface moet aansluiten bij de taak en hij moet een goede conceptuele structuur hebben. |
|
|
Een goede conceptuele structuur Een goede structuur leidt tot een goede uitvoering van de taak. Zo heeft de IT geleerd dat gestructureerd programmeren leidt tot een vermindering van het aantal pogingen, semantische fouten en denkfouten met 90% (Sime, 1981; Allen, 1982). Het is echter onduidelijk welke structuur de desktop biedt. Wat is het ordeningscriterium voor de rijen en wat voor de kolommen bijvoorbeeld? Het gebruikelijke antwoord is dat de gebruiker dat zelf kan bepalen. Dat klinkt vriendelijk. Een autohandelaar die auto's verkoopt in losse delen en zegt dat u zelf mag bepalen waar u de pistonbrust plaatst zal dat niet kunnen verkopen als 'gebruiksvriendelijk. Naar top. |
Voorbeeld: liever een index dan een desktop We blijven nog even uitgaan van de eenvoudige zoektaak. Eén systeem voor opbergen en zoeken is de hiërarchie. Zoals gesteld zijn menu’s niet ideaal maar een systeem is beter dan geen systeem zoals de desktop. Het is dan ook niet verwonderlijk dat men structuur ging aanbrengen, niet met structuren van een bureaublad maar met menu’s. Het is zeer goed mogelijk een algemeen menu te ontwerpen waarin de functionaliteit van de desktop een goed vindbare plaats kan krijgen. | Bij zoekinterfaces heeft men ook niet gekozen voor een metafoor als de dekstop en een menu maar voor een indexsysteem. We zien ook dat de functionaliteit om een file te zoeken bij elke versie van Windows toeneemt. In Windows 2000 zijn zelfs pogingen gedaan een indexeringsfunctionaliteit toe te voegen. Overigens zonder de oorspronkelijke niet functionerende interfaces los te laten. |
| Conclusie |
Kortom, de dekstop heeft voor de techniek voordelen, maar het nut voor de gebruiker is twijfelachtig. Metaforen zoals de desktop passen niet bij de wijze waarop mensen leren en zoektaken uitvoeren. Naar top. |
|
Naar top. |
Contact
|
Human Efficiency Leonard Verhoef. Tweet bij een nieuwe cognitief psychologische reactie op een actueel onderwerp: @leonard.verhoef +31 (30) 231 44 97 Parkstraat 19 3581 PB Utrecht Nederland verhoef@humanefficiency.nl Kamer van koophandel, inschrijvingsnummer: 39057871, Utrecht. |