A.m { color:#333399 text-decoration:bold; FONT-SIZE: 16px; text-decoration:none; } A.m { color: #000066; color:#333399; text-decoration:bold; FONT-SIZE: 16px; text-decoration:none; vertical-align: bottom; } A.m:active { background-color: #FFFF00; FONT-WEIGHT: bold; } A.m:hover { color:#000000; background-color: #FFFF00; text-decoration:none; } A.m:visited {color: #666666; }
1 Rekenvoorwaarden
1.1 Wat zijn Rekenvoorwaarden
      1 Willem Bartjens
      2 Sesamstraat
1.2 Rekenvoorwaarden in het leerproces
1.3 Hoe verbeeld je Rekenvoorwaarden
      1 Met materiaal uit de speelgoed­winkel
      2 Met markante stippen
      3 Met een vorm die het cijfer verbeeldt
1.4 Hoe verwoord je Rekenvoorwaarden
      1 Met opvallende visuele eigenschappen
      2 Met plaatsbepalingen, benoemen van een visuele relatie
      3 Met meer-, minder en 2 objecten
      1.4.4 Met meer dan 2 objecten
1.5 Hoe vermentaliseer je Rekenvoorwaarden
      1 Met conservatie
      2 Met meten

2 Tellend1 optellen.">
2 Tellend optellen

2.1 Wat is Tellend optellen

      1 De geschiedenis werd toekomst

      2 Tellend optellen als een rijtje aftellen

      3 Tellend optellen als hoeveelheid aftellen

      4 Tellend optellen of Rekenend optellen

2.2 Tellend optellen in het leerproces

2.3 Hoe vermaterialiseer je Tellend optellen

      1 Met aftellen

      2 Met bijtellen

2.4 Hoe verbeeld je Tellend optellen

      1 Met kabouters en paddenstoelen

      2 Met turven

      3 Met stipgroepen

2.5 Hoe verwoord je Tellend optellen

      1 Met Hoeveel is?

      2 Met Optellen maar.?

      3 Met uitleg van de rekentaal

      4 Met rijmpjes

2.6 Hoe vermentaliseer je Tellend optellen


3 Rekenend optellen.">
3 Rekenend optellen

3.1 Wat is Rekenend optellen

      1 Afscheid van Iene, miene, mutte

      2 Wat voor soort kennis is Rekenend optellen

3.2 Rekenend optellen
in het leerproces
      1 Waarom is vingertellen een probleem

      2 Het probleem

      3 De verdachten

      4 Geen probleem, gewoon verder gaan

3.3 Hoe verbeeld je Rekenend optellen

      1 Met in- en uitstappen

      2 Met kabouters en paddestoelen

      3 Met vingerbeelden

      4 Met de getallenlijn

      5 Met dobbelsteenstipgroepen

      6 Met eierdozen

3.4 Hoe verwoord je Rekenend optellen

      1 Met vingertellen verbieden

      2 Met Hoeveel is

      3 Met de term optellen

3.5 Hoe vermenta­liseer je Rekenend optellen

      1 Met instampen en memoriseren

      2 Met rekenbladen

      3 Met omdraai­handelingen

      4 Met vijf

      5 Met Bekende sommen.

      6 Met een sommentabel


4 Nul.">
4 Nul

4.1 Het getal Nul

      1 Van Babyloniers naar Romeinen

      2 Nul, verkeerd vertaald

4.2 Nul in het leerproces

4.3 Hoe verbeeld je Nul

      1 Met leeg

      2 Met een honderdveld

4.4 Hoe verwoord je Nul

      1 Met de voorloopnul

      2 Met leeg

      3 Met de schrijfwijze

4.5 Hoe vermentaliseer je Nul

      1 Met ónder nul
5 Plaatswaarde.">
5 Plaatswaarde

5.1 Wat is Plaatswaarde

      1 Geschiedenis, van Maya’s, via Romeinen naar Arabieren

      2 Plaatswaarde rekenkundig

      3 Plaatswaarde taalkundig

5.3 Plaatswaarde in het leerproces

5.4 Hoe verbeeld je Plaatswaarde

      1 Met losse blokjes, MAB, vingerbeelden en getallenlijn

      2 Met stipgroepen

      3 Met staafsteun op de lusabacus

      4 Met het 100-veld

      5 Met plaatssteun door onder elkaar zetten

      6 Met termen náást elkaar

      7 Met kleursteun

      8 Met kolomsgewijs rekenen en cijferend optellen

5.5 Hoe verwoord je Plaatswaarde

      1 Met het woord plaatswaarde

      2 Met voorloopnullen (01)

      3 Met pilotentaal

      4 Met uitleg van telwoorden

      5 Met réchts beginnen

6 Hoe vermentaliseer je Plaatswaarde

      1 Met grote getallen
6 Breken naar 10.">
6 Breken naar 10

6.1 Het Breken naar 10

      1 Breken om 10 geschiedenis?

6.2 Breken naar 10 in het leerproces

      1 Voorwaarde: stipgroepen tot 10 herkennen

      2 Voorwaarde: nul

      3 Voorwaarde: aftrekken

      4 Voorwaarde: aanvullen tot 10

      5 Voorwaarde: plaatswaarde

6.3 Hoe verbeeld je Breken naar 10

      1 Met dakjes

      2 Met stippen

6.4 Hoe verwoord je Breken naar 10

      1 Met het woord rijgen

      1 Met het woord rijgen

      2 Met het woord breken

6.5 Hoe vermentaliseer je Breken naar 10

      1 Sturen door met 9+8 beginnen

      2 Met een tabel

      3 Sturen door steun te verminderen
7 Ruilen van 10.">
7 Ruilen van 10

7.1 Wat is Ruilen van 10

      1 Napoleon en Willem I

      2 De Engelsen nu

7.2 Ruilen van 10 in het leerproces

7.3 Hoe verbeeld je Ruilen van 10

      1 Met MAB

      2 Met de lusabacus

      2 Met onder elkaar

      3 Met muntabacus

7.4 Hoe verwoord je Ruilen van 10

      1 Met het woord ruilen

      2 Met het woord overschrijding niet

      3 Met Tien! onthouden

7.5 Hoe vermentaliseer je Ruilen van 10

      1 Met maten

      2 Met klokkijken
8 Psychologiekennis.">
8 Psychologiekennis

8.1 Welke psychologie

      1 De Amerikanen

      2 De Russen en de Utrechters

8.2 Vermaterialisering van handelingen

8.3 Verbeelding van handelingen

      1 Oogvriendelijk door: een goede pasvorm voor het oogfixatieveld

      2 Oogvriendelijke door: markante patronen

      3 Oogvriendelijk door compatibiliteit met de inhoud

      4 Oogvriendelijk door flitsen

      5 Oogvriendelijk, zonder visueel vergissen

8.4 Verwoorden van handelingen

      1 Taalfilosofie

      2 Taalpsychologie

8.5 Verwoorden van handelingen

      1 Taalfilosofie

      2 Taalpsychologie

      3 Leerpsychologie

8.6 Verwerven van handelingen

      1 Leren door instampen en oefenen

      2 Leren door zelf ontdekken

      3 Leren in stapjes

      4 Leren met de zone van naaste ontwikkeling

      5 Leren zonder fouten

      6 Leren zonder fouten

      7 Leren zonder werkgeheugen

      8 Leren door verkorten
9 Getalkennis.">
9 Getalkennis

9.1 Welke getalkennis

      1 Realistisch rekenen

      2 Traditioneel rekenen

      3 Veldrekenen

9.3 Kennis ordenen met getallen in punten, lijnen en velden

      1 Sturing naar puntkennis als: rekenvoorwaarden, woordenschat

      2 Sturing naar puntenkennis als: hoeveelheidsvergelijking, meer minder dan ..., hoeveelheidsbehoud

      3 Sturing naar lijnkennis als: alfabet, algoritme, Iene, miene, mutte, getallen tot 10, ganzenbord, kindervoetbal, maten enkelvoudig (meter, liter, uur), sommen met termen naast elkaar, e.d.

      4 Sturing naar veldkennis als: analoge klok, dammen, getallen <100, grafieken, honderdveld, dagen van de maand, maten samengesteld: 2d-d, oppervlakte, kmh, prof-voetbal, sommentabel, som met termen onder elkaar

      5 Sturing naar veldenkennis als: Cruijff-voetbal, MAB, getalen > 100, maten: 3d-samengesteld: inhoudsmaten, 4d-set-spel, 3d- boter-kaas-eieren